Achter uit de tuin klinkt een doordringend geluid. Het bezoek spitst de oren en vraagt: "Wat is dat nou?” Ik weet wel wie dat geluid maakt, maar mompel: "Ik denk dat er een kip verkouden is."

Het is helemaal geen kippengeluid. Onze mannetjes-Griekse landschildpad is weer op vrijersvoeten en wil het vrouwtje bestijgen. Vrouwlief werkt echter nooit mee. Hij probeert haar in een achterpoot te bijten en roept ondertussen 'hiek, hiek, hiek'.

Al 45 jaar horen de twee Griekse landschildpadden bij onze huisdieren. Destijds hebben we ze cadeau gekregen van de vorige bewoners van een huis dat we kochten.

Griekse landschildpadden

Ze doen het goed bij ons. Van april tot november scharrelen ze heen en weer over een stukje betegeld tuinpad. Daar worden ze voorzien van sla, tomaten, appels, komkommer of de sappige stengels en bladeren van paardenbloemen en melkdistels. Ook de afgevallen oranje bloemen van de trompetklimmer (Bignonia radicans) vinden ze een lekkernij. Omdat er niet zoveel zon komt op het tuinpad, mogen ze onder de tuindeur doorkruipen. Aan de andere kant is daar een schildpaddenserre gemaakt. Het is er bloedheet in het zandbakje met plexiglas eromheen. Een goede plek om eieren te leggen. Dat is in al die jaren maar één keer gebeurd. De twee eieren zijn in een broedmachine gelegd, maar waren 'gelukkig' niet bevrucht.

In de Wikipedia staat dat het mannetje in de voortplantingstijd grommende en sissende geluiden maakt. Ons mannetje roept het al eerdergenoemde 'hiek, hiek, hiek'. Een geluid dat ik, in een documentaire, ook reuzenschildpadden hoorde maken tijdens de paring, maar dan een octaaf lager.

Bij ons mannetje is het voortplantingstijd vanaf het moment dat de schildpadden wakker zijn geworden uit hun winterslaap. Zodra ze weer buiten mogen lopen, begint het lieve leven. De maanden november tot en met april brengen ze door in de kruipruimte van ons huis, in een metselkuip gevuld met zaagsel.

Nellie's kleindochter met een Griekse landschildpad (foto: Jan Spies)

Ons vrouwtje is aardig groot. Ze weegt 2,6 kilogram. De lengte van het bovenschild is 29 cm en de breedte 28 cm. Ze heeft in haar wilde leven een klein schoonheidsfoutje opgelopen. Aan haar linker achterpoot ontbreekt het stukje met de nagels.

Het mannetje is kleiner dan het vrouwtje. Hij weegt 1,5 kg. De lengte van het bovenschild is 25 cm en de breedte 23 cm. Zijn onderschild is een beetje ingedeukt. Dat vergemakkelijkt het bestijgen van het vrouwtje. In zijn staart zit de penis verborgen.

Omdat ze al een respectabele leeftijd hebben, beginnen de kleuren van hun schilden wat te vervagen. Als een van onze kleindochters in de zomervakantie komt logeren, krijgen ze een poetsbeurt met een doekje gedoopt in slaolie. Dan glimmen de schildpadden weer een tijdje alsof ze net uit het ei gekropen zijn.

Tijdens onze zomervakantie in 2005 is het mannetje ontsnapt en door de dierenambulance opgehaald na een melding van bewoners uit de buurt. Het was een hele toer om het beest weer terug te krijgen. Ik moest bij de dierenambulance op een strafbankje zitten en uitleggen hoe we aan dit dier gekomen waren. Gelukkig had ik foto's bij me en een goed verhaal. Ik heb moeten praten als Brugman. Uiteindelijk konden we het beest ophalen in een opvangcentrum in Wijchen, dat een vergunning had voor het in bezit hebben en verzorgen van dieren, die onder de CITES-wetgeving (Convention on the International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora) vallen. Sinds die tijd heb ik voor onze Griekse landschildpadden een officiële CITES-registratie aangevraagd én gekregen van de toenmalige staatssecretaris van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Tekst: Nellie Spies-van Rooijen.
Foto's: Jan Spies